Bioplastics, met dank aan het milieu
Bioplastics: het lijkt tegenstrijdig. Zoiets als een vierkante cirkel. Want ‘plastic’ en ‘bio’, valt dat wel te verenigen? Bij toyota zien ze alleszins heel wat mogelijkheden voor bioplastics. toyota investeerde alvast een pak geld in Indonesische akkers waar zoete aardappelen worden gekweekt en in een fabriek waar de bioplastics via een vernuftig procédé worden gedestilleerd uit suikerriet, zoete aardappelen of koren. Wordt uw volgende toyota er eentje uit bioplastic?
Sinds 1999 onderzoekt men bij Toyota reeds of bioplastics een alternatief kan zijn voor traditionele kunststoffen uit petroleum. Maar men doet net zo gretig research naar bioplastics als business case. Want een milieuvriendelijk beleid mag dan al prettig klinken, het is nog veel leuker als ook de economische balans klopt.
Zowat ieder gewas leent zich tot het bioplastics-procédé, als het maar tot de nok vol suikers zit. Hoe werkt het concreet? In de fabriek worden enzymen losgelaten op het plantaardig zetmeel zodat het omgezet wordt in glucose die men nadien weer fermenteert tot melkzuur. Dit melkzuur kan men daarna polymeriseren tot een kunststof die men na verhitting in de juiste vorm kan gieten. Het eindproduct is net zo sterk als ordinair kunststof, kan net zo’n grillige vormen aannemen en weegt amper iets.
Veeg je voeten aan de bioplastic vloermat
De voordelen van dit natuurlijke goedje zijn legio. Het is immers zonneklaar dat het vat petroleum ooit definitief leeg zal zijn, terwijl men suikerriet of andere gewassen tot in het oneindige kan blijven kweken. Maar er is ook een rechtstreekse winst voor het milieu. Zo is er geen aangroei meer van het broeikasgas CO2. De planten die als grondstof dienen tijdens het groeiproces nemen immers precies evenveel CO2 op uit de lucht, als ze nadien weer afgeven wanneer ze biologisch worden afgebroken. Bovendien komen er evenmin schadelijke gassen zoals dioxines vrij: het bioplastic kan aan het eind van de cyclus simpel in de grond geschoffeld worden waar het terugkeert naar zijn natuurlijke staat: water en CO2.
Dit hele verhaal mag dan al ver van uw bed lijken, toch verwerkt Toyota nu reeds bioplastics in zijn auto’s. Zo hebben de vloermatten van de Prius in een vorig leven nog wuivend op de akkers gestaan, en ook in de Raum, een model dat voorlopig enkel in Japan op de markt is, zitten bioplastics verwerkt. Maar Toyota denkt reeds verder. Want als het bioplastic goede diensten bewijst in een auto, waar het onderhevig is aan grote temperatuurverschillen, heftige schokken en frequente trillingen, dan moet het materiaal zowat overal inzetbaar zijn. Niets is immers zo overtuigend als testlaboratorium dan een rijdende auto.
Groeipotentieel
En of de plannen ambitieus zijn. Toyota wil niet alleen dat de plantjes groeien, ook het omzetcijfer mag altijd groter. Tegen 2020 hoopt Toyota dat tweederde van de wereldvoorraad bioplastics uit zijn ateliers komt en denkt men zo 38 miljard dollar extra omzet te draaien. Om dat in perspectief te zetten: dat is een kwart van de huidige totale omzet van de autogigant. Nu reeds is Toyota de tweede grootste speler op de markt – zowel met het produceren van auto’s als in de aanmaak van bioplastics – en men maakt zich sterk dat het booming-business is. ‘Hierin zit misschien wel het meeste groeipotentieel van al onze activiteiten’, vertelt Kozaburo Tsukishima, general manager van de biotechnologie-afdeling van Toyota.
Het materiaal kan dan ook veel breder ingezet worden dan voor auto’s alleen. Natuurlijk komt de verpakkingsindustrie op de eerste plaats en Toyota werkt nu reeds samen met een zestigtal bedrijven, waaronder cosmeticagigant Shiseido en Fujitsu kantoorapparatuur. Toyota denkt dat in 2020 meer dan 20% van alle plastics uit biologisch materiaal zal zijn gemaakt. Maar voor het zover is, moet men wel nog even het probleem van de kostprijs counteren: op dit ogenblik is bioplastic nog bijna vijf keer duurder dan ordinaire kunststoffen uit petroleumderivaten. Bij Toyota maakt men zich sterk dat men die prijs in de toekomst fel kan drukken door ondermeer de productie zwaar op te drijven.
