De TCO (Total Cost of Ownership) meet alle kosten van een voertuig gedurende zijn volledige levenscyclus, zoals financiering, verzekering, onderhoud, energie, fiscaliteit, banden en restwaarde. Deze globale benadering helpt bedrijven om de werkelijke kost van een wagen correct te beoordelen. Hoewel de TCO vaak als een objectieve maatstaf wordt gezien, bestaan er verschillende analyseniveaus die tot uiteenlopende conclusies kunnen leiden. Een voertuig dat voordelig lijkt in een eenvoudige berekening, kan minder interessant worden zodra fiscale en indirecte kosten worden meegenomen. Omgekeerd kan een duurder voertuig op lange termijn economisch aantrekkelijker blijken.
De TCO1 omvat enkel de directe kosten zoals leasing, belastingen, verzekering, onderhoud, energieverbruik en restwaarde. Deze methode geeft een snel inzicht in de maandelijkse uitgaven, maar houdt geen rekening met fiscale en indirecte effecten. Daardoor kan de TCO1 leiden tot beslissingen die niet stroken met de volledige economische realiteit.
De TCO2 voegt fiscale, ecologische en operationele factoren toe, waaronder verworpen uitgave (de fiscale meerkost die ontstaat indien een deel van de voertuigkosten niet fiscaal aftrekbaar is), VAA en CO₂-gerelateerde kosten. Hierdoor biedt de TCO2 een veel realistischer beeld van de werkelijke kost van een bedrijfswagen en geldt deze als referentie voor wagenparkbeheer. Vooral elektrische voertuigen komen vaak gunstiger uit de vergelijking zodra fiscale voordelen en gebruikskosten worden meegerekend.
De TCO3 integreert bovendien de belastingbesparingen van aftrekbare kosten, maar wordt wegens zijn complexiteit vooral gebruikt in commerciële analyses.